Dogmatiek - door Leontien

Dogmatiek - door Leontien

Dogmatiek….kan dat interessant zijn dan?
 
Een van de eerste boeken die ik binnen kreeg na het starten van een opleiding, was “Christelijke dogmatiek”. Een enorm dik boek van maar liefst ruim 700 bladzijden. Op de elektronische leeromgeving van de school was de lezen dat je minimaal 70 uur ouder was voordat je dit boek doorgewerkt had. Niet echt hoopgevend en alleen het woord ‘dogmatiek’ wekte al jeuk op! Een imagoprobleem heeft het woord wel…..
Iedereen kent wel een ‘dogmatisch’ iemand. En zonder daar veel woorden aan vuil te maken, bedoelen we hetzelfde: enorm star, weinig flexibel etc. En met alle vooroordelen in m’n hoofd, heb ik het boek eerst in de kast gezet. En toch was ik nieuwsgierig, zou het echt zo erg zijn als ik dacht?
 
Een meevaller
Na het lezen van de eerste paragraaf, stond daar de eerste meevaller al: “In de kerk zijn maar betrekkelijk weinig dogma’s in de zin van officieel vastgestelde en onfeilbaar geachte geloofsuitspraken …(ooh?). Vader, Zoon en Heilige Geest is er zo’n eentje, wie Jezus Christus is, de verandering van brood en wijn in het lichaam en bloed van Jezus Christus. Gevolgd door nog 5 anderen. Als dat vak dogmatiek dan minder dan 10 boute geloofsuitspraken heeft, dan moet er toch meer zijn waardoor het toch als volledige vak onderwezen wordt?
 
Inhoud dogmatiek
“Het gaat,” zo vertelt het dikke boek me, “in de dogmatiek dus in algemene zin om bezinning op de inhoud van het geloof”. Voorbeeld: het nadenken over de inhoud van de geloofsbelijdenis óf de uitspraak : God is liefde.
Christelijke dogmatiek houdt zich bezig met het op elkaar betrekken van drie andere vakgebieden: de Bijbelse theologie (met de Bijbel als bron), de theologiegeschiedenis (hoe hebben we in de loop van de jaren de Schrift uitgelegd) en de filosofie (hoe vertolk je in de hedendaagse context waar het in het geloof op aankomt?
 
Een vraag als: “Wat is de Bijbel eigenlijk voor soort boek?” en “Is de dood het einde?”  probeer je met dit vak al denkend te verhelderen. Vanuit het geloof wel te verstaan. Het vak is er voor nieuwsgierige mensen, niet voor mensen die alles al weten of die uitgaan van de relativering :”over smaak valt te twisten”.
 
 
We gaan het er eens over hebben: Waarom geloven?
Om erin te komen wil ik je eens vragen wat voor jou een goede reden is om in God te geloven. Of als je niet gelooft: wat is jouw reden om niet in God te geloven?
Nu omgekeerd: verplaats je in iemand die, anders dan jij, niet of juist wel gelovig is. Wat zou het sterkste argument kunnen zijn?
 
Het zou kunnen zijn dat je dingen (bij wèl geloven) hebt opgeschreven als: persoonlijke ervaring, de natuur, de Bijbel. Alleen, geen enkel ding of verschijningsvorm heeft op zichzelf een privilege om God te openbaren. Elk ding of verschijnsel in onze werkelijkheid kan echter door God ingeschakeld worden in zijn openbaring. Als God zich niet toonde, en zich niet naar ons mensen toewendde in daden, gebeurtenissen en woorden, zouden we Hem niet kennen. God laat zich zien door Zijn Geest en daarom is de eigenlijke grond van het geloof God zelf en niets of niemand anders.
 
Maar ja, iedere religie heeft toch zo haar eigen openbaringsaanspraak? Soms ook met claims die elkaar tegenspreken! Is er dan bewijs waaruit kan blijken dat het christelijk geloof op waarheid berust? Voor sommigen zou dat zelfs een voorwaarde zijn om het christelijk geloof als optie te kunnen zien.
 
Hoe zit het met de bewijslast van het christelijk geloof?
Zou God niet een beetje beter zijn best mogen doen door ons meer duidelijkheid te geven? Laten we eens kijken op welke terreinen deze duidelijkheid gegeven zouden kunnen worden of de bewijslast inderdaad te wensen overlaat. Het líjkt mooi als er een algemeen overtuigend bewijs geleverd kan worden voor de waarheid van het christelijk geloof. Velen zouden vermoedelijk al zeer tevreden zin als er een bewijs te leveren was voor datgene waartoe het christelijk geloof vaak gereduceerd wordt: het geloof in het bestaan van God. Alleen zulk algemeen overtuigend bewijs is er niet. Dat kun je alleen al zien aan het feit dat het christelijk geloof geen algemeen aanvaarde overtuiging is. Moet je wel naar zulk “bewijs” verlangen dan? Nee! Hieronder acht punten waarom je over dit ontbrekend ‘hard’ bewijs niet hoeft te verbazen en ook niet hoeft te betreuren.
 
Er is niet één levensbeschouwelijk geloof dat op een voor-de-meeste-mensen-overtuigende manier bewezen kan worden. Niet vreemd dus dat dit met het christelijk geloof ook niet lukt. Het geloof van een atheïst laat zich in feite nog veel lastiger bewijzen, omdat het geloof cirkelt rondom de uitspraak van “God bestaat niet” en dat is nog veel lastiger te bewijzen. Er hoeft maar een persoon te zijn die iets van God heeft ervaren en dit terecht beweert, en de atheïstische zaak is verloren.
Het christelijk geloof leert dat wij mensen zondig zijn. Dat betekent dat we ons God van het lijf proberen te houden. Hij zou ons immers storen en van onze vrijheid beroven. Als dat klopt, is het niet vreemd dat we moeilijk te overtuigen zijn van Gods bestaan en de tekenen daarvan intuïtief liever anders uitleggen. Zonde houdt ook in dat we God niet willen vinden.
Bewijzen spelen in het algemeen slecht een zeer ondergeschikte rol in ons leven. De dingen die we geloven op basis van een bewijs (36x35=1260) zijn vaak niet bijster interessant. Omgekeerd laten de dingen die er wel toe doen, zoals de liefde die we voor iemand koesteren, zich strikt genomen niet bewijzen en dat vinden wel ook helemaal niet erg.
Geloven zonder een sluitend bewijs is niet vreemd of verwijtbaar. Dat geldt voor de meeste basale overtuigingen (inzicht in de gronden of herkomst daarvan ontbreekt vaak). Als voorbeeld denk je aan de morele overtuiging dat je iemand anders niet mag vermoorden. Je hoeft niet eerst verantwoording af te leggen voordat je die overtuiging voor juist mag houden. Dat geldt ook voor het geloof in God.
Is geloven dan een puur subjectief gebeuren, geheel afhankelijk van de vraag of we toevallig tegen God zijn aangelopen, zoals we wellicht ooit tegen onze geliefde zijn aangelopen? Nee, al is het bestaan van God niet objectief te bewijzen, verwijzen naar een aantal zaken kan wel. Gelovigen kunnen bijvoorbeeld wijzen op gebeurtenissen of omstandigheden waardoor ze zelf innerlijk overtuigd zijn geraakt van het bestaan van God, dit vanuit de gedachte; wat voor mij gold, kan ook voor andere gelden. Soms gaan die een privésituatie te boven, dan gaat het richting een argument. Als voorbeeld kun je bijvoorbeeld dat uit de schepping het bestaan van God af te leiden is. Nog steeds geen bewijs maar zoiets roept een besef op van een werkelijkheid die de onze overstijgt en omvat. (Maar vóór alles geldt: geloof gaat ten diepste vooraf aan bewijs en niet andersom).
Alternatieve levensbeschouwingen hebben ook zo hun ‘dingetje’ ofwel een gebrek aan kredietwaardigheid. Kijk een kritisch naar belangrijke concurrenten. Heeft een seculiere levensbeschouwing als het naturalisme een terecht air vanzelfsprekendheid. Durf je die kritisch en scherpzinnig te observeren?
Stel dat het bestaan van God zich op een algemeen-overtuigende manier liet aantonen. Er zou geen gebrek aan bewijs voor het geloof in God zijn. Er zou geen aanleiding meer zijn om meer duidelijkheid van God te verlangen. Zouden dan ook meer mensen gelovig worden? Dat valt nog maar te bezien! Geloven is niet in de eerste plaats het onderschrijven van bepaalde waarheidsclaims; het gaat om een levenshouding. Het gaat om je toewenden tot God en blijvend op Hem georiënteerd zijn. Met hard bewijs bewerkstellig je geloof afgedwongen op feiten zonder een positieve houding tot Hem! Is het niet zo dat als we aarzelen dan wel weigeren in God te geloven redelijk vaak vastzit op onwil, ofwel in Bijbeltaal: op de keus van het menselijk hart (Spreuken 23:26)
Als laatste is het zeer de vraag of de God wiens bestaan de klassieke godsbewijzen willen aantonen, wel zonder meer te identificeren valt me de God van Israël, die de volgelingen van Jezus in de Geest van hun Heer als ‘onze Vader” gingen aanroepen. In het meest gunstige geval belichten de godsbewijzen één bepaalde kant van God. Dat zou toch al heel mooi zijn, wanneer je in ieder geval één deel zou kunnen bewijzen? Het probleem is dan dat je aan dit ‘bewijsbare’ deel een groter gewicht wordt toegekend dan aan de vreemde dingen die in het Nieuwe Testament centraal staan, zoals dat God in Christus mens werd. Overschatten wij mensen ons niet enorm wanneer we denken dat we het bestaan van God kunnen bewijzen?
 
Al met al, waarom zou je op zoek gaan naar enigerlei bewijsgrond die methodisch voorafgaat aan de inhoud van het christelijk geloof? Naast het verstand kan het geloof op veel terreinen doorbreken. De veelheid van domeinen laat op zichzelf al zien dat het christelijk geloof niet aan één dunne draad hangt. Eerder is het te vergelijken met een bezem met een verzameling van haren, die niet allemaal afzonderlijk zichtbaar zijn. De meeste zien we nauwelijks en toch geven ze steun. En de bezem functioneert nog prima als er haren verslijten of uitvallen. Zo is het ook met het geloof van de meeste mensen. Het bestaat zonder dat ze precies kunnen vertellen waarop het allemaal steunt.
 
Tot zover de eerste denkstof (of uittreksel) die ik met u wilde delen uit het boek Christelijke Dogmatiek van dr. G. van den Brink en Dr. C. van der Kooi, ISBN nr. 9789023926061, Uitgeverij : Boekencentrum
 
Leontien Slabbekoorn-de Muijnck
 
 
 
 
 
 

terug