Preek zondag 29 april - ds. H. Smeets Preek zondag 29 april - ds. H. Smeets


Gemeente in Christus
 
Een stem sprak tot aarde, hemel en zee en de boer heeft haar gehoord: "Ter wille van de boer die ploegt, besta de wereld voort!" in 1935 schrijft Werumeus Buning de intrigerende ‘Ballade van de boer’, die voortgaat met zijn werk in afwachting van het noemen van zijn naam. De boer doet wat bij hém hoort, dit is onze taak; daartoe zijn wij geroepen.
Straks staat hij op van zijn plaats bij het noemen van zijn naam: Abraham Simon van Hoeve en hij doet dat niet zomaar even. Daarover heeft hij nagedacht als Abraham die zijn nering achter zich laat en als Noach die de opdracht krijgt om de aarde opnieuw te bebouwen. Hoe doen zij dat toch allemaal en levert het wat op? Dat is de vraag altijd weer, een weerbarstige vraag! Houd je het vol om te ploegen als de kostprijs niet gehaald wordt. Anderszins: waar haal je de moed vandaan, de energie.
Hoe voelen wij ons dan nú aangesproken? Hoe zal ik nieuwe wegen durven inslaan? Dat kan dan toch niet anders dan uit geloof dat een mens wordt bijgestaan.
Maak ik een sprong naar ons als gemeente, dan kan ik dezelfde vraag stellen, ook als ik naar mezelf kijk in mijn ambt. Waar halen we met elkaar de moed vandaan om Gods akker te blijven bebouwen, christen te zijn, kerkenwerk te doen in zo’n vrijblijvende tijd, naar het lijkt! Net als in de Hebreeënbrief – samenkomsten worden niet meer bezocht, lees ik daar. (10:25).
Soms moeten de bakens verzet worden. Zal ik dat durven en het oude achterlaten op hoop van zegen? Daar gaat het om: hoop!
Ik heb de geschiedenis van Noach altijd gelezen vanuit het beeld van de vernietiging van het kwaad door de zondvloed. God spoelt het weg voor een nieuw begin. Ga ik kijken vanuit het perspectief van Noach, dan wordt hij geroepen om de wereld in een doosje te doen en als het droog is opnieuw te ondernemen.
Niet heel velen werden gered: acht mensen. Met hen maakt de Heer een nieuw begin. Acht, verrassend voldoende. Zij vatten moed om te handelen, de aarde te bevolken en op te bouwen. Op die weg laat Noach zich zetten, Abraham precies zo. Maar hij woonde in tenten, het blijft provisorisch. Het gaat immers om een volk dat onderweg is naar nieuw land. Tussen belofte en vervulling in een hachelijk heden leven en werken wij, onderweg naar een nieuwe aarde. Wij hebben het niet allemaal bedacht; het is niet bij ons begonnen. Wij zijn toch niet enkel maar bezig met onze loopbaan, die bekende cyclus van partner, kinderen, gezond blijven en als we geluk hebben nog een toegift in een leven na pensionering. Daarop mogen we wel hopen, ze komen met het leven mee. Tegelijk ging het om dat extra: geloof als een reservoir aan kracht, bestemd om ons uithoudingsvermogen te vergroten, om het verschil te maken, te ondernemen, te investeren. Christus geeft zich hiervoor; het kwade gaat voorbij, er is een nieuwe dag: Pasen.
In dit licht ploegen wij voort – onze naam wordt genoemd, wij zijn gekend.
Daarvan mogen wij ons in geloof verzekerd weten,

terug